Zoals beloofd in de ALV hierbij mijn ‘praatstuk’ om de gedachten over ledenwerving te bepalen.
Dit is een heel lang verhaal. De rode draad is dat er naar mijn oordeel een set, een reeks van activiteiten zal moeten komen, die samen een beoogd effect kunnen brengen. Iedere geïsoleerde activiteit heeft zijn beperkingen en is makkelijk af te schieten. Aan het einde stel ik voor dat ieder die een deeltje wil afkraken er twee verse bruikbare voor tegenover moet zetten. Als we ons daar aan houden dan hoeft deze discussie niet dood te bloeden. Voer voor discussie is er te over. Ik hoop met deze aanzet niet een blauwdruk te leveren maar ideeën te voeden. En ik hoop bekende valkuilen te voorkomen. Lees, reageer, maar vooral: pak op en laten we wat gaan doen. 
Al lezend zult u vast ook denken: wat Al lezend zult u vast ook denken: wat we doen is eigenlijk minder belangrijk; maar: belangrijk is vooral dat we wat doen!
Jan Nijhof
Criteria bij alle denkbare activiteiten
Doelgroepen
- C1 gericht op huisschakers / buitenwacht
- C2 gericht op clubschakers Isolani
- C3 gericht op clubschakers elders
- C4 specifieke doelgroepen (ouderen, jongeren, autochtoon, allochtoon, schakende vrouwen, buurtbewoners, enz)
- C5 niet specifiek gericht, gewoon: publiciteit
Inspanningen
- éénmalig, hoog
- éénmalig, laag
- doorlopend, hoog
- doorlopend, laag
Algemeen
Een actieve club heeft aantrekkingskracht. Leden blijven langer, spelers van andere clubs steken sneller over, niet schakers raken eerder geïnteresseerd. Bij veel activiteiten is dan ook het ledeneffect niet direct / niet meetbaar. Bewezen is wel dat actieve clubs het beter doen dan het gemiddelde qua ledenbehoud.
Ook succes is zo’n factor. Als Isolani promoveert naar de overgangsklasse of zelfs landelijk gaat spelen dan zullen daar spelers op afkomen. Daardoor worden ook de lagere teams sterker en er ontstaat een versterkend effect. Ook minder begenadigde spelers zullen geïnspireerd worden door de sterkte van de top, de namen die op de club komen, etc.
Soms doe je activiteiten niet eens om de activiteit zelf! Maar alleen om er publiciteit mee te maken. We hebben eens een zaterdagavond aan analyse met behulp van Teletekst besteed. Er waren nog geen tien mensen op af gekomen, misschien drie die geen lid van de club waren. Maar wel: grote interviews, lokale radio, bericht op de lokale omroep-tekst, verslagen in drie kranten. Ongekend! Er ontstond een sfeer van ‘daar gebeurt wat’, maar mede ook door andere activiteiten.
Dus wie simpelweg de meetlat langs de club vóór- en na een activiteit wil leggen die zal meestal niets vast kunnen stellen. Pas na één of beter twee jaar, bij verschillende activiteiten moet er iets meetbaar kunnen zijn.
Dat meetbare mag dan alleen maar worden beoordeeld ten opzichte van een trend: een mutatie is het aantal leden vergeleken met die mutatie bij de SGA en vergeleken met die mutatie bij de KNSB. De relatieve mutatie. Het mag duidelijk zijn dat als de KNSB groeide met 5% en Isolani met al haar activiteiten slechts 2% dan kan daaruit niet worden geconcludeerd dat Isolani het goed deed (tenzij onze activiteiten er toe reden waren om te gaan schaken, maar zeker niet bij Isolani, en dat dat onze doelstelling was ……).
Als je activiteiten wilt gaan opzetten dan is de vraag of de inspanning éénmalig of doorlopend is van heel grote betekenis. Een doorlopende activiteit, breed ingezet, waarvan de continuïteit niet is geborgd, zal eerder tegengesteld werken. Een verwachtingspatroon wordt niet waargemaakt. En juist omdat een club afhankelijk is van vrijwilligers is dat risico ontzettend groot. Mijn advies: hoedt u voor doorlopende activiteiten! Begin met incidentele. En als dat incidentele doorgroeit naar doorlopend, dan nog omzichtig blijven. ‘Helaas niet meer’ is zo slecht dat dat een groter negatief effect heeft dan misschien wel drie positieve acties.
Zoals al uit het voorgaande blijkt, er moet eigenlijk sprake zijn van allerlei activiteiten. Een mix. Maar je moet er wel met maar één beginnen, want je mag je niet vertillen. Maar als het dan bij die ene activiteit blijft dan is het eigenlijk al vergeefse moeite.
Door te werken met commissies/teams kun je een scala aan activiteiten gaan benaderen; maar in de praktijk zullen het toch wel weer die paar actieve leden zijn die zich uitsloven. Dat moeten we van tevoren onderkennen, en ons daar niet door laten ontmoedigen. Na verloop van tijd zullen meer mensen gaan meedoen, al blijven er altijd en overal maar een paar ‘trekkers’ over.
Accepteren, niet over gaan jammeren! Jammeren werkt immers negatief. Succes trekt aan.
Toernooien
Toernooien kun je naar alle doelgroepen richten. Als je doelstelling is om leden te vinden, mensen naar de clubs te krijgen, dan is C1 (huisschakers / buitenwacht) en/of C4 specifieke doelgroepen (ouderen, jongeren, autochtoon, allochtoon, schakende vrouwen, buurtbewoners, enz) de meest voor de hand liggende targets. Natuurlijk is er dan ook een C5 (niet specifiek gericht, gewoon publiciteit).
Te denken valt aan huisschakerstoernooien, bedrijvenschaak, jeugdschaaktoernooien, scholierenkampioenschappen, scholentoernooi).
Met een huisschakerstoernooi kun je aan een ludieke opzet denken, dat trekt aandacht (en dat heb je nodig) en dat maakt het ook leuk om er aan te werken. Maar schakers hebben vaak een hekel aan ludiek en anders, schakers zijn zo behoudend! Zie maar eens andere reacties op mijn blog-ideën ….
Als je toernooien opzet in de C2 (clubschakers Isolani) en/of C3 (clubschakers elders) sectoren dan zit je meer vast aan formele vereisten, het is wat makkelijker te organiseren maar de uitstraling is relatief gering. Tenzij je durft een afwijkende opzet te kiezen (zie bijvoorbeeld mijn suggestie om een winstpartij met zwart hoger te belonen). Daarmee kun je bij wijze van spreken de Telegraaf halen.
Anders moet je door een fikse prijzenpot (met een sponsor) de broodschakers naar je club weten te halen. Nog steeds: om daar publiciteit mee te halen dan moet je echte namen trekken. En omdat te kunnen organiseren heb je weer ervaring en toernooi-expertise nodig.
Ik vind dat het aantrekken van leden van andere clubs geen doelstelling moet zijn. Daar dien je de schaaksport niet mee. Tenzij die mensen er anders mee op zouden houden, maar dat weet je nooit.
In mijn Leusdense tijd hebben we nogal wat landelijke jeugdtoernooien weten te trekken, vooral door een prachtige locatie. Dat leverde de club financieel leuk wat op, waaruit we materiaal maar ook trainingen en een leuk jubileum betaalde. Maar alweer: publiciteit! Ooit was het jeugdjournaal zelfs onderweg maar die werden door een andere gebeurtenis elders weggetrokken. Met Gouden Leeuw en Groenhoven samen hebben we misschien best iets om daar aan te gaan denken.
Ook moeten we bij alle ideeën blijven denken over subsidiemogelijkheden. Wat de precieze regels worden is echt nog niet bekend, maar er komt beslist meer geld. Dat betekent dat je misschien aan een grotere opzet kunt denken; makkelijker een beroep kunt doen op het Anton de Komplein; de stadsdeelvoorzitter wil komen opdraven; een naam is aan te trekken; enz enz.
Commercieel denken mag best, zolang het commerciële maar dienstbaar is aan de doelstelling: de schaaksport te stimuleren, bijvoorkeur bij Isolani.
Happenings
In mijn ‘Algemeen’ noemde ik zo’n analyse avond die we ooit hebben opgezet. Een voorbeeld van gewoon iets rond het schaken.
Een zaterdag in de Amsterdamse Poort of Winkelcentrum Ganzenhoef met een stalletje trekt ook aandacht. De combinatie van zo’n stalletje en een huisschakerstoernooi begint al op een mix te lijken die ik denk dat we moeten zoeken. Een goed begin om aan de weg te timmeren. Voorafgegaan door een heus persbericht.
Maar ook zou je kunnen denken aan een cursus voor onervaren schakers. Vaak immers weten die best wat, maar hebben behoefte om alle regels en wat kneepjes te doen. Als je iemand hebt die dat nu als een soort John Gleese, Jos Brink of Jurgen Raayman weet te brengen, dan heb je wat.
Maar er is ook al eens iemand geweest die een tentoonstelling organiseerde waarbij ieder bijzondere schaaksets kon tonen. Dat leverde verrassende beelden op, die de lokale kranten ruimschoots haalden.
Misschien moeten we eens aandacht vestigen op onze naamgever. De meeste mensen zegt Isolani helemaal niets; als we daar nu eens een verhaal op schrijven voor de kranten, voor schakend Nederland, een website over openen, een workshop voor opzetten met partijen en geschiedenis, enz…. Isolani uit z’n isolement halen, dat is de boodschap.
In dat kader kun je ook denken aan een schaakboekenmarktje. Niet spectaculair, maar zeker ook voor oudere schakers erg leuk. U zult er versteld van staan wat ook onze leden bij elkaar te leggen hebben! Ik zelf heb ook wel een reeksje van een dertigtal schaakboeken.
In dit kader is vast nog veel meer te bedenken, ik hoop uw gedachten wat geprikkeld te hebben. En nog eens, de ideeën-sec- zijn niet echt boeiend, maar: als ze deel uitmaken van een reeks van activiteiten dan wordt het iets!
Training
Trainingen zijn in principe intern gericht, intern naar de club, of intern binnen het bestaande corps van clubschakers. Tenzij de trainingen er op gericht zijn om die belangstellenden over de drempel te krijgen en binnen te houden. In het kader van ledenwerving zie ik training dan ook (alweer) alleen in het kader van je mix van activiteiten.
Daarnaast speelt het doorlopende daarbij een rol, en is kwaliteit een big issue. Een uurtje voorafgaand aan de clubavond is beslist nuttig, maar heel erg kwetsbaar qua continuïteit. Toen we in Leusden vier zaterdag-ochtenden organiseerden onder leiding van Herman Grooten, toen was de animo heel groot, het resultaat herkenbaar en ze praten er daar nu nog over.
Bestaande activiteit (o.a. publiciteit daarover)
Als je al de ervaring hebt om je activiteiten in het leven te houden dan moet je er zeker aan denken om daar een groter gebruik van te maken. Een rapidavond waar je ook buitenstaanders bij uitnodigt, een snelschaaktoernooi waarover je een persbericht maakt, een zomercompetitie waar ook niet-leden voor uitgenodigd kunnen worden, een ongebruikelijke wijziging van je competitie-model; heel vaak is daar een leuk persbericht van te maken. Mijn ervaring is dat persberichten, vooral in de gratis huis-aan-huis-bladen, een verrassend groot bereik hebben en niets kosten (!).
Posters plakken werkt nauwelijks! Of ze moeten bij winkels hangen, maar winkels zijn er zelden happig op. Wel komt het er op aan hoe een persbericht is opgezet. Dat is een kunst. Ik heb er wel ooit training in gehad, ik doe hopelijk beter dan gemiddeld, maar bij lange na niet goed genoeg. Maar misschien hebben we leden die daar wel meer mee kunnen.
Ook bij (publiciteit over) bestaande activiteiten geld weer dat het vooral heel goed past in een reeks van activiteiten, om de levendigheid van je club goed over te laten komen.
Campagnes
De valkuil is dat het smeekbedes worden om asjeblieft lid te worden: die werken negatief! Folderen is duur, kost veel inspanning, en vergt ook weer deskundigheid. Veel sport- en vrijetijdverenigingen grijpen snel naar dat middel omdat het zo voor de hand ligt. Maar zijn er success-stories? Ik geloof niet erg in folderen, tenzij het weer onderdeel uitmaakt van de media-mix. Of je moet iets heel unieks te bieden te hebben natuurlijk: schaken met Katja Schuurman of zo (dan krijg je geen response die blijft vrees ik). Folderen wat mij betreft alleen in aanvulling op, niet als zelfstandige aktie.
Toppers trekken
Als je maar twee spelers hebt die het niveau van het eerste team ontstijgen, dan wordt opeens de club in de volle breedte sterker: er schuiven twee eerste teamspelers naar het tweede dat opeens sterker wordt en misschien is er dan wel een derde team / viertal in te schrijven. Dat er toe leiden dat de club op een hoger niveau gaat spelen, en dat kan de reden zijn voor weer anderen om toch maar (weer) bij Isolani te komen spelen. Een typisch geval van C3 – clubschakers elders. Theoretisch: als je dat doet, dan zal de zustervereniging in de nabijheid binnenkort hetzelfde doen en weer de toppers bij je weg trekken. Geen intrinsieke verbetering dus. Een korte termijn-succes door parasiteren. Al zijn er uitzonderingen.
Tot slot,
Ik heb niet de wijsheid in pacht, al heb ik wel een beetje ervaring (in Leusden heb ik ruim tien jaar in het bestuur gezeten en enige activiteiten bedacht en vele helpen organiseren). Graag uw aanvullingen!
Afwijzen is meestal iets te makkelijk! Dus laten we de afspraak maken dat als u iets wilt afwijzen dat u daar wel twee nieuwe originele ideeën tegenover zet!