activiteiten nieuw seizoen

August 16th, 2009 | Uncategorized | Comments Off

Het is alweer geruime tijd geleden dat ik op dit blog een bijdrage plaatste. Het gebrek aan response heeft me niet gestimuleerd en het afgelopen seizoen heb ik me ingezet om ook andere activiteiten op de kalender te krijgen. Zo hebben we de Fischer-avond gehad, de boekenbeurs en het ‘Nostalgia Alumni Isolani’, de avond met oud-leden en de mooie simultaan tegen Juan de Roda jr. Daarnaast was er het Zuidoost-toernooi (ingezet door Almar) en het trioschaak (Carlo), mijn bijdrage daarin was niets meer dan deelnemer.

Hoe nu verder? Ik heb bij het bestuur alweer een lijstje neergelegd voor wat we komend seizoen zouden kunnen overwegen. Ook heb ik al eens een korte evaluatie gestuurd aan het bestuur. Nu ben ik benieuwd wat de leden er van vinden. Die hebben misschien ook suggesties en wensen. Misschien ook vonden ze het allemaal maar niks en willen ze liever geen vervolg. Spreek je uit!

De activiteiten van het afgelopen jaar hebben de clubavonden en competitie nauwelijks verstoord. Dat was immers een wens.

Ook ben ik benieuwd naar de meningen over de interne competitie. Ik voel mezelf de geestelijk vader van de gesloten groepen, maar ik vind zelf dat het aantal gesloten partijen meer is dan ik in gedachten had. Ofwel in vierkampen een dubbele competitie, of in zestallen maar dan een enkele. Ik meen ook te zien dat de eerder gemeten extra opkomst voor ‘de gesloten’ tanende was. En dat verbaast me niet, want tien avonden ‘verplicht’ naast een zevental externe verplichtingen dan bestrijk je al ongeveer de helft van de wintercompetitie.

Intern paren

May 12th, 2008 | Uncategorized | 1 Comment »

Ik kom maar weer eens terug op een stelling die ik in een eerdere blogbijdrage al eens heb verwoord: de interne indeling. Wat mij betreft wordt dat een voorstel voor de volgende ALV, maar ik laat me graag overtuigen door sterke argumenten.

De indeling. Het competitieprogramma biedt – Rafiek corrigeer me als ik het niet goed heb – de keuze om in te delen tegen zoveel mogelijk gelijke ratings (dan maar vaker tegen de zelfde tegenstander) of om zoveel mogelijk te spreiden.

De afgelopen jaren staat die keuze op ‘spreiden’. Zo speel ik de ene week tegen iemand die 250 punten méér heeft en de week daarop tegen iemand die 250 punten minder heeft. Ik denk dat dat niet goed is. Dat leidt minder tot voor beide boeiende partijen, dat leidt minder tot een spannende competitie. Partijen waar het er om spant daar leer je van, daarmee trek je je niveau op. Dat je dan bepaalde ‘naastgelegen’ spelers misschien wel drie keer tegenkomt, dat vind ik uitstekend.

Ik weet dat er een aantal leden is dat er de voorkeur aan geeft om zoveel mogelijk tegenstanders aan het bord te ontmoeten. Ik vind dat geen schaakwens. Ik vind dat daarmee geen beter schaak wordt bereikt; in tegendeel!
Maar het is sociaal, zegt men. Nou, dat vind ik dus ook niet. Kijk alleen al maar eens naar de manier waarop ik door onze topspelers geveegd wordt, daar is niets sociaals aan. Ik vind dat we met rapid en snelschaak genoeg inhalen omdat je daarbij heel wat meer clubleden tegenkomt.

Raf, die intussen al niet meer bij Isolani is, gaf vorig jaar als repliek dat rating niet alles zegt. Hij gaf het voorbeeld dat hij een partij verloor van iemand die iets van 1500 punten had en won van iemand met 2100. Tuurlijk, iemand die 200 punten meer heeft heeft een slordige 75% kans om van me te winnen, bij 400 punten komt dat ergens bij de 90%.

Het is duidelijk dat het kritieke ligt bij de spelers ‘aan de kop en de staart van de ladder’. Maar ook voor hen zal gelden dat meer partijen tegen gelijk ratingniveau goed is voor hun schaakontwikkeling en schaakbeleving.

Isolani, maar niet zonder vrienden …

January 27th, 2008 | 1 | 1 Comment »

In oktober schreef ik hier naar aanleiding van mijn ontdekking dat de club stiekum 35 jaar oud was geworden. Ik kwam toen o.a. tot de volgende bijdrage:

“Ik zou graag willen opperen dat mensen met een lange historie bij de club de geschiedenis gaan beschrijven. Het 40-jarig bestaan is de volgende mijlpaal. Een beschreven historie kan zoveel bijdragen aan de viering van dat feit.

Wie hebben de club opgericht? Wat waren de doelen en plannen? Wat zijn de hoogte – en dieptepunten geweest? Is er een zo compleet mogelijke lijst van club-kampioenen? Is er een archief? De speellocaties, smeuiige anecdotes, een bloemlezing op de naamgever en de redenen om die als clubnaam te gebruiken, roemruchte clubleden, oude foto’s,
enz enz. Oftewel: ben ik slechts lid van een min of meer toevallig groepje passanten die gebruikmaken van een bestaand vehicel zonder daar binding mee te hebben, of ben ik lid van een heuse vereniging met traditie en trots?”

Velen lieten merken mijn bijdrage te hebben gelezen. Maar toch weinig reactie. Totdat onlangs Hemmo mij aansprak. En Hemmo heeft mij een aantal clubbladen gebracht, want er blijkt tien jaar geleden een clubblad geweest te zijn, met geen andere naam dan ‘Isolani’. Zeer lezenswaardig, daar ga ik vast nog meer mee doen. Maar daarin stond dus ook een verslag van de viering van het 25-jarig jubileum! Een prima verslag geschreven door de superdeskundige professionele Minze bij de Weg (wanneer komt hij weer terug?).


Dat verslag begon zo:

Isolani is een schaakclub met een unieke naam. Geen Amstelveen, geen Springend Paard, geen Legendarische Schaker. Nee, Isolani is één van de weinige clubs, mis­schien de enige, die ge­noemd is naar een schaakterm. En natuurlijk naar de geïsoleerde ligging van de Bijlmermeer in de jaren dat de club werd opgericht.

Isolani, met die naam moet je natuurlijk iets doen tijdens je jubileumviering. Dat ge­beurde dus ook. Schaak­meester Herman Grooten werd uitgenodigd om een simultaan te geven rond het thema van de isolani. Het was geen toeval dat de keuze op hem viel. Grooten heeft vooral naam gemaakt als schaaktrainer van de Ne­derlandse jeugd. Daarnaast heeft hij een instructieve se­rie boeken geschreven on­der de titel Elementen van de schaakstrategie.”

Nu moet u weten dat ik een fan ben van Herman Grooten. De stof van de drie boeken over de elementen van de schaakstrategie zijn tijdens een training uitgetest. Die training werd gehouden bij mijn oude cluppie, SV Leusden. Ik heb zelf die trainigen in belangrijke mate mogen bijwonen. Daarvóór was ik een nog slechter schaker namelijk.


Minze haalt aan dat Isolani een unieke naam heeft, misschien wel de enige die genoemd is naar een schaakterm. Dat ben ik eens gaan uitzoeken, makkelijk want via de site van de KNSB kun je zo alle namen ophalen.

Allereerst zijn er heel wat onder de 460 clubs die een schaakstuk in de naam hebben: de pion, toren, de raadsheer, het Dikke Torentje, het Kasteel, het Witte Paard, het Zwarte Paard, de Rode Loper, enz.

Soms leuk, soms …tja… Verreweg de meeste clubs hebben de plaatsnaam, eventueel de wijk of de streek, de lokatie gekozen. Weinig verrassend, en ook wel begrijpelijk omdat dat vooral de club onderscheid van andere clubs.

Er komen ook heel creatieve namen voor, zoals SOPSWEPS (Samen Op Pad Spelen Wij Een Potje Schaak). In Wierden is er een club die zich de Mat-ador noemt, bekend in Maarssen is Vegtlust, en in Damwoude heeft de club zich Schaakwoude genoemd. Maar schaaktermen?

In Utrecht schijnt er een club te zijn die Goede Zetten Zat heet. Dat gaat al in de richting. In Groningen Z!, en ik vond nog ‘de eerste zet’, de ‘oppositie’, ‘Denk en zet’, het Probleem. Termen die passen in en bij het schaken, maar nog geen specifieke schaakterm. Bekend is natuurlijk ook En Passant in Spakenburg, beslist een schaakterm, maar een term die ook buiten het schaken ruimschoots betekenis heeft (en dan is het opeens geen bezigheid die de volle aandacht heeft).

In Eindhoven bestaat de Triple Pion. Vanuit de theorie misschien geen aanbeveling, maar hun website begint met en probleem gebaseerd op een triple-pion.
In Nieuwegein bestaat Het Gambiet. Dat is wel degelijk een schaakterm te noemen! Maar zonder aanduiding welk gambiet bedoeld wordt is het een beetje naamloos.

En hier in Amsterdam is er nog het Laurierboom Gambiet, een zeker misbruik van een schaakterm.

Zo bezien is er inderdaad nauwelijks een schaakvereniging die echt een typische schaakterm, dus een term die buiten het schaken geen betekenis heeft, tot naam gekozen heeft.

Maar het is dus ook een tamelijk onbekende term, zelfs onder schakers! Daarom zou de webbeheerder er volgens mij goed aan doen om eens een stukje over de naam en de onstaansgeschiedenis op de site te plaatsen. Bijvoorbeeld:

In de jaren zeventig was stadsdeel de Bijlmermeer nog in opbouw. Het schaken beleefde hoogtijdagen vanwege de opmars van Bobby Fisher. Een groepje mensen begon een club in een omgeving die tamelijk geïsoleerd was van de verdere omgeving.

In schaken is een geïsoleerde pion een pion die geen kleurgenoot op een naastgelegen veld of -lijn heeft. “Een pion zonder vrienden” (Tartakower).

Zo’n geïsoleerde pion op de dame-lijn wordt een Isolani genoemd. In het eindspel pleegt zo’n Isolani een zwakte te zijn, maar in het middenspel kan er juist kracht aan ontleend worden. Die dynamiek is er ooit de aanleiding voor geweest om onze club van die unieke naam te voorzien.

Hemmo, dank voor het ter beschikking stellen van die club-relekwieën. Ik hoop enkele bijdragen te gaan schrijven die meer van die recente historie vastleggen. Want het wordt steeds boeiender!

Waar is het bestuur?

November 30th, 2007 | Uncategorized | 5 Comments »

Eerst even één ding heel duidelijk: ik heb de leden die het bestuur van Isolani vormen hoog zitten, in hun rollen als bestuurders en als personen. Men doet erg zijn best en er is veel gedaan – en met aantoonbaar succes! – om de club weer te laten schijnen. Ik ben dus blij met dit bestuur.

Ik heb dan ook lang geaarzeld om een bijdrage als deze uit te schrijven. Toch reken ik er op dat men blij zal zijn met een kritische noot. Met volledig respect geschreven en bedoeld om tot (verdere) verbertering te prikkelen.

Ik ben me er van bewust dat door het langer uitgeschakeld zijn van Arno het voor het bestuur ook niet makkelijk is.
En er is al zoveel werk te verzetten; en dank komt er niet zo snel.

Toch meen ik een zekere matheid te bespeuren. Een paar dingen om dat handen en voeten te geven.
Om duidelijk te maken wat ik meen te ervaren.

- Tussen ledenvergaderingen door zijn er (vrijwel) geen bestuursmededelingen.

- Op de laatste ALV is er nogal wat tijd besteed aan ledenwerving; op mijn toegezegde blog-bijdrage daarover is door diverse leden gereageerd. Maar van bestuurszijde is het stil. Ook al zijn we nu twee maanden verder.


Misschien zou het bestuur wat meer mogen blijk geven van haar activiteit. Ik doe een paar suggesties:

- Zou het publiceren van bestuursverslagen niet kunnen werken? (Niet alleen laat dat zien dat men actief is maar ook waar men mee te kampen heeft en waar leden dan misschien bij kunnen inspringen.)

- Zou de voorzitter of diens plaatsvervanger niet af en toe een ‘van de voorzitter’ op de website van de club kunnen zetten?

- Zou de indeling op de speelavond niet hardop kunnen worden uitgesproken, gelardeerd met wat actuele mededelingen?

Maar misschien is er meer.

Bij de laatste ALV heb ik – omdat ik van niemand anders iets hoorde – mijn complimenten uitgesproken over het gevoerde beleid en de significante verbeteringen die in een jaar tijd bereikt zijn: volgens mij voorwaar een prestatie die alle lof verdient.

Maar, beste leden, ik vond ook de reactie daarop – eerlijk gezegd – tamelijk lauw ……. Waarom?

We hebben

- een club met maar nauwelijks persoonlijke wanklanken;

- een vriendenclub die financieel gezond is;

- een locatie om trots op te zijn;

- we hebben prima materiaal;

- schaakprestaties die er zijn mogen;

- een website waar verreweg de meeste clubs een puntje aan kunnen zuigen;

- een interne competitie die leeft;

- we hebben een veelheid aan actieve leden;

- ideeën en plannen genoeg om verder te verbeteren.

Leuk toch? Laten we er blij en trots op zijn en dat gaan uitdragen!


Bestuur, ga ons voor, zet de lijnen uit om die ledenwerving op te pakken.

Zet een commissie aan het werk met een richtinggevende instructie.

Laat zien wat je doet !

L’histoire d’Isolani – gefeliciteerd met het 35-jarig bestaan!

October 16th, 2007 | Uncategorized | Comments Off

Afgelopen vrijdag is geruisloos het feit voorbijgegaan – afgaande op de oprichtingsdatum op de veelgeprezen clubsite – dat de club 35 jaar bestond. Isolani is daarmee niet bepaald de oudste schaakvereniging in Nederland maar er is toch al sprake van een respectabele leeftijd; de pubertijd is in ieder geval ruimschoots verstreken.
 
Ik zelf ben pas net twee jaar lid maar ik heb toch al enkele mensen de club zien verlaten die kennelijk ruim in de nog relatief jonge historie hebben gedeeld. Hoeveel precies dat weet ik niet, het aandeel zal ook verschillend zijn geweest: Henk van Kasteren, Peter Elisen, Jelle Wiersma, Henny Heima, Cor de Leeuw, en ik zal hierbij vast nog namen …. nou ja, niet zozeer vergeten zijn, maar …. ik weet het gewoon niet!

De historie van een club is meer dan een aardig verhaal. Het zet verleden en heden in een perspectief, het geeft identiteit, en het is zelfs een wegwijs voor te maken keuzes.

Ik zou graag willen opperen dat mensen met een lange historie bij de club de geschiedenis gaan beschrijven. Het 40-jarig bestaan is de volgende mijlpaal. Een beschreven historie kan zoveel bijdragen aan de viering van dat feit.

Wie hebben de club opgericht? Wat waren de doelen en plannen? Wat zijn de hoogte – en dieptepunten geweest? Is er een zo compleet mogelijke lijst van club-kampioenen? Is er een archief? De speellocaties, smeuiige anecdotes, een bloemlezing op de naamgever en de redenen om die als clubnaam te gebruiken, roemruchte clubleden, oude foto’s,
enz enz. Oftewel: ben ik slechts lid van een min of meer toevallig groepje passanten die gebruikmaken van een bestaand vehicel zonder daar binding mee te hebben, of ben ik lid van een heuse vereniging met traditie en trots?

Met de lange winteravonden voor de boeg een leuke klus. Misschien zijn zelfs mensen die de club al hebben verlaten nog bereid om mee te schrijven. Of kunnen ze worden geïntervieuwd. Wie zin heeft melde zich aan en kies voor een bepaalde periode, of een speciale invalshoek. Deze blog stel ik desgewenst graag beschikbaar als één van de verzamelpunten.

Ledenwerving: Isolani op de kaart

September 20th, 2007 | Uncategorized | 8 Comments »

 

Zoals beloofd in de ALV hierbij mijn ‘praatstuk’ om de gedachten over ledenwerving te bepalen.

Dit is een heel lang verhaal. De rode draad is dat er naar mijn oordeel een set, een reeks van activiteiten zal moeten komen, die samen een beoogd effect kunnen brengen. Iedere geïsoleerde activiteit heeft zijn beperkingen en is makkelijk af te schieten. Aan het einde stel ik voor dat ieder die een deeltje wil afkraken er twee verse bruikbare voor tegenover moet zetten. Als we ons daar aan houden dan hoeft deze discussie niet dood te bloeden. Voer voor discussie is er te over. Ik hoop met deze aanzet niet een blauwdruk te leveren maar ideeën te voeden. En ik hoop bekende valkuilen te voorkomen. Lees, reageer, maar vooral: pak op en laten we wat gaan doen. Isologo

Al lezend zult u vast ook denken: wat       Al lezend zult u vast ook denken: wat we doen is eigenlijk minder belangrijk; maar: belangrijk is vooral dat we wat doen!

Jan Nijhof 

Criteria bij alle denkbare activiteiten

Doelgroepen

            C1 gericht op huisschakers / buitenwacht 

            -     C2 gericht op clubschakers Isolani

            -     C3 gericht op clubschakers elders 

           -         C4 specifieke doelgroepen (ouderen, jongeren, autochtoon, allochtoon, schakende vrouwen,             buurtbewoners, enz)

-         C5 niet specifiek gericht, gewoon: publiciteit

Inspanningen

-         éénmalig, hoog

-         éénmalig, laag

-         doorlopend, hoog

-         doorlopend, laag

Algemeen

Een actieve club heeft aantrekkingskracht. Leden blijven langer, spelers van andere clubs steken sneller over, niet schakers raken eerder geïnteresseerd. Bij veel activiteiten is dan ook het ledeneffect niet direct / niet meetbaar. Bewezen is wel dat actieve clubs het beter doen dan het gemiddelde qua ledenbehoud.

Ook succes is zo’n factor. Als Isolani promoveert naar de overgangsklasse of zelfs landelijk gaat spelen dan zullen daar spelers op afkomen. Daardoor worden ook de lagere teams sterker en er ontstaat een versterkend effect. Ook minder begenadigde spelers zullen geïnspireerd worden door de sterkte van de top, de namen die op de club komen, etc.

Soms doe je activiteiten niet eens om de activiteit zelf! Maar alleen om er publiciteit mee te maken. We hebben eens een zaterdagavond aan analyse met behulp van Teletekst besteed. Er waren nog geen tien mensen op af gekomen, misschien drie die geen lid van de club waren. Maar wel: grote interviews, lokale radio, bericht op de lokale omroep-tekst, verslagen in drie kranten. Ongekend! Er ontstond een sfeer van ‘daar gebeurt wat’, maar mede ook door andere activiteiten.

Dus wie simpelweg de meetlat langs de club vóór- en na een activiteit wil leggen die zal meestal niets vast kunnen stellen. Pas na één of beter twee jaar, bij verschillende activiteiten moet er iets meetbaar kunnen zijn.

Dat meetbare mag dan alleen maar worden beoordeeld ten opzichte van een trend: een mutatie is het aantal leden vergeleken met die mutatie bij de SGA en vergeleken met die mutatie bij de KNSB. De relatieve mutatie. Het mag duidelijk zijn dat als de KNSB groeide met 5% en Isolani met al haar activiteiten slechts 2% dan kan daaruit niet worden geconcludeerd dat Isolani het goed deed (tenzij onze activiteiten er toe reden waren om te gaan schaken, maar zeker niet bij Isolani, en dat dat onze doelstelling was ……).

Als je activiteiten wilt gaan opzetten dan is de vraag of de inspanning éénmalig of doorlopend is van heel grote betekenis. Een doorlopende activiteit, breed ingezet, waarvan de continuïteit niet is geborgd, zal eerder tegengesteld werken. Een verwachtingspatroon wordt niet waargemaakt. En juist omdat een club afhankelijk is van vrijwilligers is dat risico ontzettend groot. Mijn advies: hoedt u voor doorlopende activiteiten! Begin met incidentele. En als dat incidentele doorgroeit naar doorlopend, dan nog omzichtig blijven. ‘Helaas niet meer’ is zo slecht dat dat een groter negatief effect heeft dan misschien wel drie positieve acties.

Zoals al uit het voorgaande blijkt, er moet eigenlijk sprake zijn van allerlei activiteiten. Een mix. Maar je moet er wel met maar één beginnen, want je mag je niet vertillen. Maar als het dan bij die ene activiteit blijft dan is het eigenlijk al vergeefse moeite.

Door te werken met commissies/teams kun je een scala aan activiteiten gaan benaderen; maar in de praktijk zullen het toch wel weer die paar actieve leden zijn die zich uitsloven. Dat moeten we van tevoren onderkennen, en ons daar niet door laten ontmoedigen. Na verloop van tijd zullen meer mensen gaan meedoen, al blijven er altijd en overal maar een paar ‘trekkers’ over.

Accepteren, niet over gaan jammeren! Jammeren werkt immers negatief. Succes trekt aan.

Toernooien

Toernooien kun je naar alle doelgroepen richten. Als je doelstelling is om leden te vinden, mensen naar de clubs te krijgen, dan is C1 (huisschakers / buitenwacht) en/of C4 specifieke doelgroepen (ouderen, jongeren, autochtoon, allochtoon, schakende vrouwen, buurtbewoners, enz) de meest voor de hand liggende targets. Natuurlijk is er dan ook een C5 (niet specifiek gericht, gewoon publiciteit).

Te denken valt aan huisschakerstoernooien, bedrijvenschaak, jeugdschaaktoernooien, scholierenkampioenschappen, scholentoernooi).

Met een huisschakerstoernooi kun je aan een ludieke opzet denken, dat trekt aandacht (en dat heb je nodig) en dat maakt het ook leuk om er aan te werken. Maar schakers hebben vaak een hekel aan ludiek en anders, schakers zijn zo behoudend! Zie maar eens andere reacties op mijn blog-ideën ….

Als je toernooien opzet in de C2 (clubschakers Isolani) en/of C3 (clubschakers elders) sectoren dan zit je meer vast aan formele vereisten, het is wat makkelijker te organiseren maar de uitstraling is relatief gering. Tenzij je durft een afwijkende opzet te kiezen (zie bijvoorbeeld mijn suggestie om een winstpartij met zwart hoger te belonen). Daarmee kun je bij wijze van spreken de Telegraaf halen.

Anders moet je door een fikse prijzenpot (met een sponsor) de broodschakers naar je club weten te halen. Nog steeds: om daar publiciteit mee te halen dan moet je echte namen trekken. En omdat te kunnen organiseren heb je weer ervaring en toernooi-expertise nodig.

Ik vind dat het aantrekken van leden van andere clubs geen doelstelling moet zijn. Daar dien je de schaaksport niet mee. Tenzij die mensen er anders mee op zouden houden, maar dat weet je nooit.

In mijn Leusdense tijd hebben we nogal wat landelijke jeugdtoernooien weten te trekken, vooral door een prachtige locatie. Dat leverde de club financieel leuk wat op, waaruit we materiaal maar ook trainingen en een leuk jubileum betaalde. Maar alweer: publiciteit! Ooit was het jeugdjournaal zelfs onderweg maar die werden door een andere gebeurtenis elders weggetrokken. Met Gouden Leeuw en Groenhoven samen hebben we misschien best iets om daar aan te gaan denken.

Ook moeten we bij alle ideeën blijven denken over subsidiemogelijkheden. Wat de precieze regels worden is echt nog niet bekend, maar er komt beslist meer geld. Dat betekent dat je misschien aan een grotere opzet kunt denken; makkelijker een beroep kunt doen op het Anton de Komplein; de stadsdeelvoorzitter wil komen opdraven; een naam is aan te trekken; enz enz.

Commercieel denken mag best, zolang het commerciële maar dienstbaar is aan de doelstelling: de schaaksport te stimuleren, bijvoorkeur bij Isolani.  

           

Happenings

In mijn ‘Algemeen’ noemde ik zo’n analyse avond die we ooit hebben opgezet. Een voorbeeld van gewoon iets rond het schaken.

Een zaterdag in de Amsterdamse Poort of Winkelcentrum Ganzenhoef met een stalletje trekt ook aandacht. De combinatie van zo’n stalletje en een huisschakerstoernooi begint al op een mix te lijken die ik denk dat we moeten zoeken. Een goed begin om aan de weg te timmeren. Voorafgegaan door een heus persbericht.

Maar ook zou je kunnen denken aan een cursus voor onervaren schakers. Vaak immers weten die best wat, maar hebben behoefte om alle regels en wat kneepjes te doen. Als je iemand hebt die dat nu als een soort John Gleese, Jos Brink of  Jurgen Raayman weet te brengen, dan heb je wat.

Maar er is ook al eens iemand geweest die een tentoonstelling organiseerde waarbij ieder bijzondere schaaksets kon tonen. Dat leverde verrassende beelden op, die de lokale kranten ruimschoots haalden.

Misschien moeten we eens aandacht vestigen op onze naamgever. De meeste mensen zegt Isolani helemaal niets; als we daar nu eens een verhaal op schrijven voor de kranten, voor schakend Nederland, een website over openen, een workshop voor opzetten met partijen en geschiedenis, enz…. Isolani uit z’n isolement halen, dat is de boodschap.

In dat kader kun je ook denken aan een schaakboekenmarktje. Niet spectaculair, maar zeker ook voor oudere schakers erg leuk. U zult er versteld van staan wat ook onze leden bij elkaar te leggen hebben! Ik zelf heb ook wel een reeksje van een dertigtal schaakboeken.

In dit kader is vast nog veel meer te bedenken, ik hoop uw gedachten wat geprikkeld te hebben. En nog eens, de ideeën-sec-  zijn niet echt boeiend, maar: als ze deel uitmaken van een reeks van activiteiten dan wordt het iets!

Training

Trainingen zijn in principe intern gericht, intern naar de club, of intern binnen het bestaande corps van clubschakers. Tenzij de trainingen er op gericht zijn om die belangstellenden over de drempel te krijgen en binnen te houden. In het kader van ledenwerving zie ik training dan ook (alweer) alleen in het kader van je mix van activiteiten.

Daarnaast speelt het doorlopende daarbij een rol, en is kwaliteit een big issue. Een uurtje voorafgaand aan de clubavond is beslist nuttig, maar heel erg kwetsbaar qua continuïteit. Toen we in Leusden vier zaterdag-ochtenden organiseerden onder leiding van Herman Grooten, toen was de animo heel groot, het resultaat herkenbaar en ze praten er daar nu nog over.

Bestaande activiteit (o.a. publiciteit daarover)

Als je al de ervaring hebt om je activiteiten in het leven te houden dan moet je er zeker aan denken om daar een groter gebruik van te maken. Een rapidavond waar je ook buitenstaanders bij uitnodigt, een snelschaaktoernooi waarover je een persbericht maakt, een zomercompetitie waar ook niet-leden voor uitgenodigd kunnen worden, een ongebruikelijke wijziging van je competitie-model; heel vaak is daar een leuk persbericht van te maken. Mijn ervaring is dat persberichten, vooral in de gratis huis-aan-huis-bladen, een verrassend groot bereik hebben en niets kosten (!).

Posters plakken werkt nauwelijks! Of ze moeten bij winkels hangen, maar winkels zijn er zelden happig op. Wel komt het er op aan hoe een persbericht is opgezet. Dat is een kunst. Ik heb er wel ooit training in gehad, ik doe hopelijk beter dan gemiddeld, maar bij lange na niet goed genoeg. Maar misschien hebben we leden die daar wel meer mee kunnen.

Ook bij (publiciteit over) bestaande activiteiten geld weer dat het vooral heel goed past in een reeks van activiteiten, om de levendigheid van je club goed over te laten komen.

Campagnes

De valkuil is dat het smeekbedes worden om asjeblieft lid te worden: die werken negatief! Folderen is duur, kost veel inspanning, en vergt ook weer deskundigheid. Veel sport- en vrijetijdverenigingen grijpen snel naar dat middel omdat het zo voor de hand ligt. Maar zijn er success-stories? Ik geloof niet erg in folderen, tenzij het weer onderdeel uitmaakt van de media-mix. Of je moet iets heel unieks te bieden te hebben natuurlijk: schaken met Katja Schuurman of zo (dan krijg je geen response die blijft vrees ik). Folderen wat mij betreft alleen in aanvulling op, niet als zelfstandige aktie.

Toppers trekken

Als je maar twee spelers hebt die het niveau van het eerste team ontstijgen, dan wordt opeens de club in de volle breedte sterker: er schuiven twee eerste teamspelers naar het tweede dat opeens sterker wordt en misschien is er dan wel een derde team / viertal in te schrijven. Dat er toe leiden dat de club op een hoger niveau gaat spelen, en dat kan de reden zijn voor weer anderen om toch maar (weer) bij Isolani te komen spelen. Een typisch geval van C3 – clubschakers elders. Theoretisch: als je dat doet, dan zal de zustervereniging in de nabijheid binnenkort hetzelfde doen en weer de toppers bij je weg trekken. Geen intrinsieke verbetering dus. Een korte termijn-succes door parasiteren. Al zijn er uitzonderingen.

Tot slot,

Ik heb niet de wijsheid in pacht, al heb ik wel een beetje ervaring (in Leusden heb ik ruim tien jaar in het bestuur gezeten en enige activiteiten bedacht en vele helpen organiseren). Graag uw aanvullingen!

Afwijzen is meestal iets te makkelijk! Dus laten we de afspraak maken dat als u iets wilt afwijzen dat u daar wel twee nieuwe originele ideeën tegenover zet! 

De grootte van de laddergroep voor het komend seizoen

June 10th, 2007 | Uncategorized | 1 Comment »

Vorig jaar zijn we gestart met groepen van naar ik meen 10, 5, 5 en 8 spelers. Kennelijk heeft Rafiek gezocht naar een aanvangsrating per groep die niet te zeer zou afwijken van de KNSB-rating. Dat op zichzelf is een respectabel uitgangspunt maar eigenlijk niet zo relevant. We hadden ook voor een ratingreeks kunnen kiezen die niet uitnodigt tot vergelijken met de KNSB-rating, rond de 4000 bijvoorbeeld maar dat is zo buitenaards. Tegenstanders in de bondscompetitie die via onze site die ratings zouden lezen zouden dan echter steil achteroverslaan, en zich buitengewoon voorbereiden op een match tegen Isolani.

Als we de eindstand van het afgelopen jaar als uitgangspunt nemen dan zou ik de volgende groepen willen voorstellen (tussenhaakjes het groepsnummer van vorig jaar, indien afwijkend):

groep 1. (gemiddelde eindrating was 1760, nieuwe groepsrating 1750). 7 deelnemers

 

Arno Eliëns
Almar Sternau
Paul van Hoorn
Hemmo ten Hoor
Raf Tjong-Akiet
Kees van den Berg
Rafiek Mohamedjoesoef (was groep 4)

 

Groep 2.  (gemiddelde eindrating was 1647, nieuwe groepsrating 1650). 6 deelnemers

Chris Heuckeroth (1)
Carlo Assink (1)
Nico Kuipers (3)
Ferry Trautwein (1)
Jan Meijer
Juan de Roda

 

Groep 3.  (gemiddelde eindrating was 1576, nieuwe groepsrating 1550). 6 deelnemers

 

Iwan Zwanenbeek (2)
Martin Swart (1)
Wim Elsenaar (4)
Wim Kraaijkamp (1)
Jeroen Barends
Jan Nijhof (2)

 

Groep 4.   (gemiddelde eindrating was 1338, nieuwe groepsrating 1450). 7 deelnemers

 

Bas van Toornenberg (3)
Tjerk Hoek
Hans Koolhaas (3)
Henry Chotoe
Jelle Wiersma (2)
Fred Peeters
Johan Binnerts

 

De groepen zijn qua omvang zo gelijk mogelijk (7,6,6,7).
Ik heb, wegens gestopt of niet inten spelend, weggealten de namen van:

 

Peter Bishoff
Peter Ruiter
Misja Schreuder Peters
Max Heeres
Max Bakkers
Jasper Jesse

Ik zou de wedstrijleider en de webmaster willen uitnodigen om een methode te vinden om op de site niet alleen de laatste ronde weer te geven maar alle rondes terug te kunnen vinden, samen met de rating-mutatie als gevolg van die ronde. In de ratinglijsten zou ik iets meer willen kunnen herkennen in welke lijst nu welke resultaten zijn meegenomen. (Ik voel me daarbij overigens wel wat bezwaard, want ik vind de wijze waarop de website en alle info er omheen wordt verzorgd echt hoogstaand en een voorbeeld voor andere clubs.)

 

Met de rating-methode beoogden we o.a.:

a. een ranglijst competitie die zoveel mogelijk op schaakresultaten onderscheid maakt en nauwelijks op aanwezigheid. Ik denk dat die opzet geslaagd is. In tegenstelling tot Keizer wordt opkomst als zodanig niet extra beloond.

b. flexibiliteit, zodat een speler die zich ontwikkelt kan stijgen. Ook die opzet is geslaagd, zie maar eens hoe Rafiek is geklommen.

Ik denk ook dat we met de opzet van een ladder-methode en daarnaaast een geslotengroep-opzet geslaagd zijn. We wilden eens wat anders, een andere opzet, wat leven in de brouwerij, en dat is bepaald gelukt. 

Wel bepleit ik om het aantal geslotengroepenpartijen te beperken. Gesloten groepen van 4 spelers zodat er maximaal 6 partijen zijn. Overigens hulde voor Rafiek, die ook echt zijn best gedaan heeft om die gesloten groepen als bijzondere avonden voor te bereiden. Daar moeten we echt mee door gaan. 

 

Winst-waardering en remise-schuivers

May 17th, 2007 | Uncategorized | 7 Comments »

Wij schakers zijn kennelijk een zeer behoudend volkje. Dat jeukt bij mij. Ik ben geen fan van het veranderen om het vernaderen. Maar ik wil best wat meer experimenteren.

 

Kijk, ik weet dat we er niet toe over willen gaan om een remise met één punt en een winst met twee punten te waarderen. Reden is simpel: dat is net als bij dammen, dus dat doen schakers niet.

 

In bijvoorbeeld het voetbal is men er al toe over gegaan om winstpartijen met drie punten te belonen. Twee keer remise is dan niet meer net zo veel als één keer winnen. Waarom doen we niet net zo in de gesloten groepen?

 

Ik zie nogal eens toernooi-uislagen over teletekst rollen, waarbij het veld altijd heel dicht bijelkaar licht.

 

8 spelers met 7,0 punten,

 

6 spelers met 6,5 punten,

 

5 spelers met 6,0 punten,

 

Enz.

 

Saai!! En spelers die dan ook nog gaan praten over hun ‘remise-marge’ enzo. Vind je het gek dat de buitenwereld gillend weg rent?

 

Maar als we nu eens een winstpartij met twee volle punten belonen en een remise met een 0,5? Dan gaat de ranglijst echt wat meer variatie tonen. Winstpartijen willen we toch zeker zien? Ik heb eens het effect bekeken in de gesloten groepen, de eerste groep. Daar zijn vijf partijen in remise geëindigd:

 

Hemmo 4 x

 

Almar 3 x

 

Arno 1 x

 

Carlo 2 x

 

Hieronder staat eerst de score volgens het huidige systeem, en daarchter scores indien gewijzigd.

 

<!–[if !vml]–><!–[endif]–>

 
Eindstand score Almar Arno Hemmo Carlo Wim score
1 Almar 5,5 - 2,5 1 2 4 9,5
2 Arno 5,5 0,5 - 2 4 4 10,5
3 Hemmo 4 1 2 - 1 2 6
4 Carlo 3 2 0 1 - 2 5
5 Wim 2 0 0 2 2 - 4

Het heeft dus wel degelijk een wat ander effect. De strijd om het kampioenschap geeft zelfs een ander resultaat: door meer te winnen. Begrijp me goed, ik wil niet in de eerste plaats een ander of beter eindresultaat; ik wil slechts bereiken dat er meer op het scherpst wordt geschaakt. Als immers een andere waardering nog steeds hetzelfde resultaat oplevert zal die andere waardering niet inspireren.

Waarom zouden we het niet eens proberen in de gesloten groepen?

En misschien kunnen we vervolgens eens een toernooi opzetten met zo een waardering, een snelschaaktoernooi bijvoorbeeld (leuk bijeffect is dan overigens nog dat je daarmee best wat free-publicity kunt maken).

Jan

 

De interne competitie

April 22nd, 2007 | Uncategorized | 11 Comments »

Ik mis de discussie ….

We hebben een prima club. We schaken er lustig op los. Maar that’s it. We praten erg weinig over hoe het ook kan, of juist niet. Prima de enquete laatst, maar in een enquete kun je je mening niet kwijt. Je kunt slechts antwoorden op de vragen die je gesteld worden. Je kunt je antwoorden niet motiveren of je motivatie aan anderen voorhouden en anderen overtuigen.

Of we blij zijn met de competitie-opzet? Dan moeten we denk ik eerst enkele doelstellingen kiezen. Pas als we het daar over eens zijn kan je samen de keuze maken.

 

We hebben geen clubblad, wat een prachtig forum kan zijn om dit soort polemieken te verwoorden. We hebben een – echt geweldige! Hulde aan Nico! – website. Waarom niet in aanvulling op de website een weblog? Misschien kunnen we langs die weg de meningen uitwisselen. Op één vergadering per jaar kun je immers niet én beraadslagen en op een uitgewerkt voorstel een besluit nemen. Ik probeer het gewoon, ik doe de aftrap en laat ons maar eens zien of er reactie komt.

 

Het hart van de doelstelling

 

Een schaakclub moet het schaken mogelijk maken, promoten en verbeteren. Dat is het vertrekpunt volgens mij. Het interne competitie-systeem is daarbij een belangrijk instrument.

Doelstelling competitie

Wat zijn nu de kenmerken waaraan een interne competitie moet voldoen, gegeven die basisdoelstelling?

- schaken mogelijk maken:

* wie komt moet kunnen schaken; absentie van de tegenstander mag niet betekenen dat je niet kunt spelen;

* tegenwoordig willen mensen een minimum aan verplichting (sportconsumenten) dus je moet zo min mogelijk verplichten tot verschijnen;

- promoten:

* het moet een betrouwbare winaar opleveren;

* het moet een betrouwbare indruk geven van de speelsterkte en zo spanning brengen;

* het moet zich snel aanpassen, zodat een nieuwkomer zo snel mogelijk de juiste plek op de lijst vindt;

- verbeteren:

* partijen moeten steeds weer een uitdaging zijn, daarvoor heb je tegenstanders nodig van globaal de zelfde sterkte; alleen dan zal je niveau omhoog gaan.

 

Vooral dat laatste punt lijkt wat te wringen. Daar hoorde ik heel andere geluiden over.

Als voor een competitie Ajax moet uitkomen tegen laten we eens zeggen Abcoude dan zal dat voor niemand echt interessant zijn. Als in Elo- termen 1800 tegen 1200 moet, dan weet 1200 zich kansloos en 1800 kan zich wel wat gekkigheden veroorloven. Je speelt niet op het scherpst van de snede. Je haalt niet het beste in je boven. Het aantal keren tegen dezelfde tegenstander hoeft wat mij betreft niet ernstig gelimiteerd te zijn, als maar wel die tegenstander net zo’n rating heeft als ik zodat er genoeg uitdaging in zit.

 

 


Eerlijk gezegd vind ik dat het indelingsprogramma er niet gewelig in slaagt de rating-verschillen zo klein mogelijk te krijgen. Dat maakt de competite er niet boeiender op.

Sommigen stellen dat de competitie de beste opzet heeft als je zoveel mogelijk alle spelers in de club aan het bord bent tegengekomen. Dat botst dus met mijn idee: ik wil graag een bloedstollende pot spelen. Dat lukt me niet tegen Arno, ik ben kansloos. Ik zal niet het beste uit me zelf halen. Ik meen al verloren te hebben voor ik de klok de eerste keer heb ingedrukt. Ik kan me een beetje voorstellen dat anderen dat tegenover mij kunnen hebben.

Het sociale aspect van tegen iedereen spelen vind ik irrelevant. In het algemeen heb ik met mijn tegenstander zo ongeveer het minste sociale contact; met de rapid- en snelsschaakavonden kun je ook tegen anderen komen te zitten en er zou best wat ruimte kunnen zijn op de jaarkalender om enkele avonden op een andere manier te besteden; thema avonden bijvoorbeeld om een stukje theorie te behandelen. Maar het sociale aspect heeft vrijwel niets met competitie te doen.

Natuurlijk moet de competitie ook de kampioen aanwijzen. Maar als de hoogst gekwalificeerde in de eerste plaats minder weerstandspunten had dan is die stand vertekend.

Wat ik zonder meer goed vind werken is dat iemand die goed speelt snel kan stijgen. Zie Rafiek op de huidige lijst. Als we in gesloten groepen hadden gespeeld dan had Rafiek twee jaar nodig gehad om een stijging te realiseren als hij nu laat zien. Al heeftie nog niet tegen mij gespeeld dus is het wel wat vertekend.

 

Bij elke sportclub is er de afweging tussen sociaal- of prestatiegericht beleid. Ik ben een groot voorstander van een sociaal gericht beleid in een club als de onze. Maar dat betekent niet dat dan ook het competie-systeem in dat teken moet staan. Ook in een sociaal gericht beleid moet er enige prestatiegeriche elementen zijn en daar is nu juist het competitiesysteem belangrijk voor. Anders kunnen we immers net zo goed gaan kolderschaken.

 

Jan Nijhof