In oktober schreef ik hier naar aanleiding van mijn ontdekking dat de club stiekum 35 jaar oud was geworden. Ik kwam toen o.a. tot de volgende bijdrage:

“Ik zou graag willen opperen dat mensen met een lange historie bij de club de geschiedenis gaan beschrijven. Het 40-jarig bestaan is de volgende mijlpaal. Een beschreven historie kan zoveel bijdragen aan de viering van dat feit.

Wie hebben de club opgericht? Wat waren de doelen en plannen? Wat zijn de hoogte - en dieptepunten geweest? Is er een zo compleet mogelijke lijst van club-kampioenen? Is er een archief? De speellocaties, smeuiige anecdotes, een bloemlezing op de naamgever en de redenen om die als clubnaam te gebruiken, roemruchte clubleden, oude foto’s,
enz enz. Oftewel: ben ik slechts lid van een min of meer toevallig groepje passanten die gebruikmaken van een bestaand vehicel zonder daar binding mee te hebben, of ben ik lid van een heuse vereniging met traditie en trots?”

Velen lieten merken mijn bijdrage te hebben gelezen. Maar toch weinig reactie. Totdat onlangs Hemmo mij aansprak. En Hemmo heeft mij een aantal clubbladen gebracht, want er blijkt tien jaar geleden een clubblad geweest te zijn, met geen andere naam dan ‘Isolani’. Zeer lezenswaardig, daar ga ik vast nog meer mee doen. Maar daarin stond dus ook een verslag van de viering van het 25-jarig jubileum! Een prima verslag geschreven door de superdeskundige professionele Minze bij de Weg (wanneer komt hij weer terug?).


Dat verslag begon zo:

Isolani is een schaakclub met een unieke naam. Geen Amstelveen, geen Springend Paard, geen Legendarische Schaker. Nee, Isolani is één van de weinige clubs, mis­schien de enige, die ge­noemd is naar een schaakterm. En natuurlijk naar de geïsoleerde ligging van de Bijlmermeer in de jaren dat de club werd opgericht.

Isolani, met die naam moet je natuurlijk iets doen tijdens je jubileumviering. Dat ge­beurde dus ook. Schaak­meester Herman Grooten werd uitgenodigd om een simultaan te geven rond het thema van de isolani. Het was geen toeval dat de keuze op hem viel. Grooten heeft vooral naam gemaakt als schaaktrainer van de Ne­derlandse jeugd. Daarnaast heeft hij een instructieve se­rie boeken geschreven on­der de titel Elementen van de schaakstrategie.”

Nu moet u weten dat ik een fan ben van Herman Grooten. De stof van de drie boeken over de elementen van de schaakstrategie zijn tijdens een training uitgetest. Die training werd gehouden bij mijn oude cluppie, SV Leusden. Ik heb zelf die trainigen in belangrijke mate mogen bijwonen. Daarvóór was ik een nog slechter schaker namelijk.


Minze haalt aan dat Isolani een unieke naam heeft, misschien wel de enige die genoemd is naar een schaakterm. Dat ben ik eens gaan uitzoeken, makkelijk want via de site van de KNSB kun je zo alle namen ophalen.

Allereerst zijn er heel wat onder de 460 clubs die een schaakstuk in de naam hebben: de pion, toren, de raadsheer, het Dikke Torentje, het Kasteel, het Witte Paard, het Zwarte Paard, de Rode Loper, enz.

Soms leuk, soms …tja… Verreweg de meeste clubs hebben de plaatsnaam, eventueel de wijk of de streek, de lokatie gekozen. Weinig verrassend, en ook wel begrijpelijk omdat dat vooral de club onderscheid van andere clubs.

Er komen ook heel creatieve namen voor, zoals SOPSWEPS (Samen Op Pad Spelen Wij Een Potje Schaak). In Wierden is er een club die zich de Mat-ador noemt, bekend in Maarssen is Vegtlust, en in Damwoude heeft de club zich Schaakwoude genoemd. Maar schaaktermen?

In Utrecht schijnt er een club te zijn die Goede Zetten Zat heet. Dat gaat al in de richting. In Groningen Z!, en ik vond nog ‘de eerste zet’, de ‘oppositie’, ‘Denk en zet’, het Probleem. Termen die passen in en bij het schaken, maar nog geen specifieke schaakterm. Bekend is natuurlijk ook En Passant in Spakenburg, beslist een schaakterm, maar een term die ook buiten het schaken ruimschoots betekenis heeft (en dan is het opeens geen bezigheid die de volle aandacht heeft).

In Eindhoven bestaat de Triple Pion. Vanuit de theorie misschien geen aanbeveling, maar hun website begint met en probleem gebaseerd op een triple-pion.
In Nieuwegein bestaat Het Gambiet. Dat is wel degelijk een schaakterm te noemen! Maar zonder aanduiding welk gambiet bedoeld wordt is het een beetje naamloos.

En hier in Amsterdam is er nog het Laurierboom Gambiet, een zeker misbruik van een schaakterm.

Zo bezien is er inderdaad nauwelijks een schaakvereniging die echt een typische schaakterm, dus een term die buiten het schaken geen betekenis heeft, tot naam gekozen heeft.

Maar het is dus ook een tamelijk onbekende term, zelfs onder schakers! Daarom zou de webbeheerder er volgens mij goed aan doen om eens een stukje over de naam en de onstaansgeschiedenis op de site te plaatsen. Bijvoorbeeld:

In de jaren zeventig was stadsdeel de Bijlmermeer nog in opbouw. Het schaken beleefde hoogtijdagen vanwege de opmars van Bobby Fisher. Een groepje mensen begon een club in een omgeving die tamelijk geïsoleerd was van de verdere omgeving.

In schaken is een geïsoleerde pion een pion die geen kleurgenoot op een naastgelegen veld of -lijn heeft. “Een pion zonder vrienden” (Tartakower).

Zo’n geïsoleerde pion op de dame-lijn wordt een Isolani genoemd. In het eindspel pleegt zo’n Isolani een zwakte te zijn, maar in het middenspel kan er juist kracht aan ontleend worden. Die dynamiek is er ooit de aanleiding voor geweest om onze club van die unieke naam te voorzien.

Hemmo, dank voor het ter beschikking stellen van die club-relekwieën. Ik hoop enkele bijdragen te gaan schrijven die meer van die recente historie vastleggen. Want het wordt steeds boeiender!