Intern paren
May 12th, 2008 | Uncategorized | 1 Comment »
De indeling. Het competitieprogramma biedt - Rafiek corrigeer me als ik het niet goed heb - de keuze om in te delen tegen zoveel mogelijk gelijke ratings (dan maar vaker tegen de zelfde tegenstander) of om zoveel mogelijk te spreiden.
De afgelopen jaren staat die keuze op ’spreiden’. Zo speel ik de ene week tegen iemand die 250 punten méér heeft en de week daarop tegen iemand die 250 punten minder heeft. Ik denk dat dat niet goed is. Dat leidt minder tot voor beide boeiende partijen, dat leidt minder tot een spannende competitie. Partijen waar het er om spant daar leer je van, daarmee trek je je niveau op. Dat je dan bepaalde ‘naastgelegen’ spelers misschien wel drie keer tegenkomt, dat vind ik uitstekend.
Ik weet dat er een aantal leden is dat er de voorkeur aan geeft om zoveel mogelijk tegenstanders aan het bord te ontmoeten. Ik vind dat geen schaakwens. Ik vind dat daarmee geen beter schaak wordt bereikt; in tegendeel!
Maar het is sociaal, zegt men. Nou, dat vind ik dus ook niet. Kijk alleen al maar eens naar de manier waarop ik door onze topspelers geveegd wordt, daar is niets sociaals aan. Ik vind dat we met rapid en snelschaak genoeg inhalen omdat je daarbij heel wat meer clubleden tegenkomt.
Raf, die intussen al niet meer bij Isolani is, gaf vorig jaar als repliek dat rating niet alles zegt. Hij gaf het voorbeeld dat hij een partij verloor van iemand die iets van 1500 punten had en won van iemand met 2100. Tuurlijk, iemand die 200 punten meer heeft heeft een slordige 75% kans om van me te winnen, bij 400 punten komt dat ergens bij de 90%.
Het is duidelijk dat het kritieke ligt bij de spelers ‘aan de kop en de staart van de ladder’. Maar ook voor hen zal gelden dat meer partijen tegen gelijk ratingniveau goed is voor hun schaakontwikkeling en schaakbeleving.